• Linde

Wat Zijn de Leerdoelen Voor Kleuters?

Gij die deze blogpost leest… Ons Thuis groet u! Warme uitnodiging om een kijkje te komen nemen op de thuisonderwijsdag 2022 op zaterdag 20 augustus. Er zullen interessante voordrachten zijn, mogelijkheid om ervaringen uit te wisselen met ervaren huisonderwijzers, materiaal om in te kijken, een boekenstand, … voor iedereen die het idee overweegt (je hoeft zeker nog geen huisonderwijzer te zijn) of motivatie / inspiratie zoekt voor de educatieve ontwikkeling van zijn kinderen. Neem zeker contact met me op.


* *

*


Een lezeres vroeg me naar een overzicht van de leerdoelen voor kleuters.


Puike vraag. Ik stelde ze zelf een aantal jaar terug.




Toen ik wist dat ik thuisonderwijs zou geven, was onze Mathilde tien maanden oud. Ik had dan wel enkele introductievakken gevolgd in de Specifieke Lerarenopleiding, de concrete invulling van een schoolloopbaan (het curriculum, wat je leert op school dus) was mij totaal onbekend. Logischerwijs startte ik bij de kleuterklas, en probeerde uit te vissen wat je daar eigenlijk moet leren. Ik startte bij het officiële kanaal: de ontwikkelingsdoelen voor kleuters opgesteld door de Vlaamse overheid. Als je een schoolvoorbeeld zoekt van de uitdrukking 'het bos door de bomen niet meer zien', wel, ga dan te rade bij de ontwikkelingsdoelen van de Vlaamse overheid. Ze blinken immers uit door hun onoverzichtelijkheid.


In deze blogpost doe ik een poging om concreter en beknopter uiteen te zetten wat een kind eigenlijk moet leren in de kleuterklas. Het is vast niet volledig, dus schiet niet op de pianist. Maar het kan een aanzet zijn. Ik splits wel niet op in jaren (alles is zogezegd het doel om naartoe te werken eind derde kleuterklas).


Nog iets: in een eerdere blogpost schreef ik dat kleuters eigenlijk heel wat vanzelf leren. Ik wilde daarmee niét zeggen dat er niets te leren valt in de kleuterklas. Ondertussen ben ik van oordeel dat een kind wel degelijk heel wat onder de knie moet hebben alvorens het aan het eerste leerjaar kan beginnen. Maar veel van de onderstaande zaken leren ze dus automatisch (of met een klein beetje stimulatie). Dus: relax (ik doe het te weinig).

*Tegelijk heb ik gemerkt, nu we een halfjaar bezig zijn met curriculum voor het eerste/tweede leerjaar, dat er veel overlap is: heel wat van de onderstaande lijst kan je eigenlijk ook als vaardigheden voor het eerste leerjaar beschouwen.


Dus: hier gaat mijn versie van de lijst ‘leerdoelen voor kleuters’!


Lees meer over welk curriculum we gebruiken in deze blogpost: Zo Ziet Ons Thuisonderwijs Er Momenteel Uit: Curriculumkeuzes kleuterklas 2020-2021


Algemeen

Een opdracht kunnen uitvoeren; te beginnen met één instructie (haal eens het stoffer met blik), en vervolgens een instructie van meerdere stappen (haal eens het stoffer met blik en doe daarna je kousen aan) – let op: dit is geen absolute vereiste om te kunnen beginnen met het eerste leerjaar, zo heb ik gemerkt, want de vaardigheid groeit naarmate dat er meer opdrachten gevraagd worden; het is dus zowel voorwaarde voor schoolse activiteiten als product van schoolse activiteiten


Initiatie tot de wereld

Letterlijk over ‘alles’ een beetje leren: de boerderij, voertuigen, de bouwplaats, de luchthaven, de beroepen… neem een zoekboek uit de bibliotheek en je weet waarover ik het heb. De dagen van de week, de maanden van het jaar, de seizoenen. Enz.


Nu komen we bij de kern: volgens mij is de essentie van het kleuteronderwijs het voorbereiden op het leren rekenen, schrijven en lezen.


Voorbereidend rekenen

  • De symbolen van de cijfers herkennen (weten dat 1 één wil zeggen; dit is eigenlijk eerder voorbereidend lezen)

  • Getalbegrip oefenen: een notie hebben van de hoeveelheid ‘twee’; dus weten dat ‘twee’ een bepaald aantal wil zeggen

  • Een hoeveelheid kunnen aanduiden met de vingers (toon eens drie vingers?)

  • Het getalbegrip linken aan het symbool van het cijfer (bvb bij cijfertje 3 drie kastanjes leggen)




  • Weten wat een rij en een kolom is (zo kunnen ze bvb een oefening maken waarbij je een getal in de linkerkolom moet verbinden met een groep voorwerpen in de rechterkolom)

  • Begrip eerste, tweede, derde, laatste (bvb omcirkel de tweede hond in de rij)

  • Het begrip evenveel (bvb leg eens evenveel aardbeien in jouw kommetje als ik in mijn kommetje heb)

  • De begrippen is gelijk aan en is niet gelijk aan, eventueel met symbolen = en ≠

  • De begrippen van vergelijking: groter dan, kleiner dan, meer dan, minder dan (in welk bord ligt er het meest, in dat van papa of dat van mama?)

  • De ruimtelijke begrippen hoog-laag, breed-smal, diep-ondiep

  • Volumes inschatten (kan de saus die overblijft in de kookpot in dit kleine tupperware potje?)

  • Een notie hebben van lengte, met een latje of een blokjesstaaf iets laten meten (de peer is vijf blokjes lang, de banaan is zeven blokjes lang)

  • Voorwerpen ordenen: van kleinst naar grootst, van dun naar dik, van licht naar zwaar enz (Montessori heeft hiervoor goede materialen: bijvoorbeeld ‘de roze toren’, ‘de bruine trap’ enz)


Bron: hier

  • Een patroon herkennen en aanvullen: bvb met pomponnetjes rood-blauw-rood-blauw…, dit kunnen al ingewikkelde patronen zijn (bvb rood-blauw-rood-geel-rood-blauw-rood-geel)

  • Een eenvoudige wiskundige rij kunnen aanvullen: vooral het rijtje van één tem tien (bvb vul het ontbrekende cijfer in: 1 2 3 4 5 … 7 8, en omgekeerd 6 5 … 3 2 1)

  • Eventueel al een gevorderde wiskundige rij: 10 20 30 40 … 60 70; 2 4 6 … 10

  • De vormen kunnen herkennen: cirkel, driehoek, vierkant, rechthoek, ovaal, ruit, hart, ster; bvb een lindeblad heeft de vorm van een hart; de vormen ook kunnen benoemen



  • Eventueel ook 3D-vormen: bol, kubus, cilinder, pyramide

  • Kleuren met mekaar paren (color matching): rode voorwerpen in het rode kommetje leggen en gele voorwerpen in het gele kommetje; in tweede instantie de kleuren benoemen (toon eens de gele voorwerpen in de kamer? welke kleur heeft deze bloem?)

  • Ruimtelijk inzicht: bvb een rooster met gekleurde bolletjes juist kunnen overtekenen (de rode bol staat in het derde vakje van de eerste rij, … enz)

  • Locatietermen begrijpen: staat de vos voor of achter de boom? Ook op/onder, naast, tussen, bovenaan/onderaan, … Manieren om te oefenen: een constructie laten nabouwen in duplo, kapla, tangram, …

De grote sneeuwvlokjes boven de wolk plakken, de kleine sneeuwvlokjes eronder. Werkblaadjes van ons curriculum: laboiteabonspoints.fr


Concrete ideeën nodig? Zie Thema Vlinders, Muziekinstrumenten, het Oude Egypte: Materialen en Ideeën voor Kleuters en Thema Groenten, de Zintuigen, Walvissen en Dolfijnen, Voertuigen: Materialen voor de Kleuterklas


Voorbereidend schrijven

  • Grove motoriek: rennen, springen, fietsen, op hindernissen klauteren, … (men zegt dat een kind eerst zijn grove motoriek in orde moet hebben alvorens het kan leren schrijven: rechtop zitten, de romp stilhouden terwijl de pols en arm met gecontroleerde sterkte bewegen)

  • Kracht in de vingerspieren oefenen: een wasknijper hanteren, water spuiten met spray, een pincet hanteren, een spuit vullen met water en terug leegduwen, kleine nietjesmachine gebruiken, met plasticine knutselen (rollen, induwen, uit mekaar trekken), linking cubes uit mekaar trekken (of iets makkelijker: duplo)

  • Goede potloodgreep hebben: het potlood juist leren vasthouden

  • Voorwerpen met een gat in rijgen (te beginnen met bvb penne pasta’s op een stokje, daarna een koordje met aan het uiteinde een stokje om het rijgen te vergemakkelijken, en tot slot enkel een koordje)

  • Leren knippen

  • Ruimtelijk taalgebruik begrijpen: naar boven, naar beneden, schuin naar boven, schuin naar beneden, enz (hiervoor vind ik werkblaadjes maken op jonge leeftijd, bvb drie jaar, wel geschikt, omdat je dan bij je instructies dergelijk taalgebruik hanteert)

  • Controle krijgen over de lijn die het kind tekent op een blad (met de ogen het traject zien dat getekend moet worden en vervolgens de overeenkomstige beweging uitvoeren met het potlood): doolhoven zijn hiervoor geschikt (zoek de uitgang)

  • Iets kunnen omcirkelen

  • Tussen de lijnen leren kleuren

  • Letters en schrijfpatronen traceren (een goede manier om het te oefenen is eerst met de vinger in een pan met zout bvb); streepjes van boven naar onder kunnen zetten, van links naar rechts enz


Oefening op voorbereidend schrijven: slalommen boven en onder de rozenblaadjes


Voorbereidend lezen

  • Aangezien lezen vooral een auditieve activiteit is (de klanken die bij lettersymbolen horen kennen en de volgorde ervan in een bepaald woord onthouden): het auditieve apparaat trainen, door versjes en gebeden te laten reciteren en liedjes zingen; verhalen in rijmvorm zijn hiervoor heel geschikt (ze kennen het snep vanbuiten); het kind willekeurige volgorde van cijfers laten herhalen (bvb ‘zeg na: twee acht vijf’)

  • Visuele discriminatie: zaken vergelijken qua een of ander aspect (waarin verschilt een giraf van een zebra? Waarin gelijken ze op elkaar? Opdrachten van ‘zoek de 5 verschillen’ zijn hiervoor geschikt, of ‘wat past niet in het rijtje en waarom? Kat – hamster – olifant – hond – goudvis; olifant omdat het geen huisdier is’)

  • Sorteren sorteren sorteren (op kleur, vorm, grootte, gewicht, of complexere categorieën zoals zoogdieren-insecten-vogels-vissen enz)

  • Een bepaalde vorm of figuur kunnen onthouden: bvb door memospel, matching woordkaarten-fysiek object, puzzels enz

  • Figuren in juiste chronologische of logische volgorde leggen (bijvoorbeeld ei – ei met barst in – kuiken, bijvoorbeeld baby – kind – tiener – volwassene – bejaarde, bijvoorbeeld bakstenen – huis in opbouw – afgewerkt huis)

  • Fonetica (zeer belangrijk!), een klankenbewustzijn ontwikkelen. Bvb welk woord begint met een b? Welk woord heeft de aa in het midden? Welk woord eindigt op m?



  • De symbolen van de letters herkennen (weten dat w het symbool is voor de letter ‘w’), in tweede instantie ook benoemen (welke letter toon ik hier?)

  • Eventueel woorden kunnen herkennen: toon het woord bal en schrijf het een aantal keer op een blad vermengd met andere korte woorden, en het kind moet het woord bal kunnen aanduiden


Lichamelijke opvoeding/motorische ontwikkeling:

Hier ga ik niet in detail op in.

  • Klimmen, springen, rennen, kruipen, evenwicht houden, bal gooien en opvangen, …

  • Ritmisch leren bewegen op muziek, dansinstructies kunnen opvolgen (termen naar voor, naar achter, …; een bepaald ledemaat kunnen bewegen bvb knie opheffen)

  • Leren fietsen


Sensorische ontwikkeling:

Het volledige zintuiglijke spectrum kan aangesproken en verfijnd worden.


Verschillen gewaarworden:

  • Luid/stil

  • Ruw/zacht/stekelig (bvb met een voelzak: herken de voorwerpen die erin zitten door te voelen)

  • Warm/koud

  • Hard/zacht

  • Licht/zwaar

  • Zoet/zuur/bitter/zout

  • Hoge toon/lage toon

Bvb door middel van: klokkenspel, herken dezelfde toon; geluidbakjes waarin telkens bepaalde voorwerpen zitten (bvb rijst, balletjes, enz), herken hetzelfde geluid; memoryspel met geurpotjes: twee potjes vullen met oregano, twee met tijm, enz, match de juiste met mekaar



Spel Les clochettes van Montessori, link


Godsdienstige ontwikkeling

Hierop ga ik niet diep in, maar uiteraard zó belangrijk!

  • Leren bidden, omgang met de Heer in alle aspecten van het leven

  • Een zekere familiariteit (begin van begrip) verkrijgen met de basiswaarheden van het geloof: wie is God, wie is de mens en waarvoor is hij geschapen, wat is de Verlossing, wat zijn de sacramenten, …


Hopelijk hebben jullie hier wat aan gehad!


Heb je een aanvulling, of heb je een vraag, laat niet na om contact op te nemen via het contactformulier op de homepagina van onsthuis.org.


Heeft deze post je verder op weg geholpen, dan kan je steeds op het hartje klikken, en hem doorsturen naar andere mensen.


Tot binnenkort,

Linde


84 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven