• Linde

De Ene Opvoedingsregel: Weest Nooit Onder de Indruk

Bijgewerkt: 11 nov 2020


Sinds vorige week weten wij met zekerheid dat onze dochter een demon is.


Op het consultatiebureau van Kind en Gezin, dé plaats waar het van levensbelang is om te tonen dat je als thuisonderwijzend kroostrijk gezin de zaken per-fect onder controle hebt, deed Mathilde haar uiterste best om als een psychiatrisch geval over te komen. Ik begon al met een stapje achterstand omdat ik – te laat – arriveerde met een schreeuwende baby en een peuter die desondanks niet van ophouden met praten weet. (De afspraken voor de jongste en de oudste waren aansluitend geboekt om de zaken voor mij comfortabeler te maken. Verkeerde zet.)


Midden in het gesprek met de verpleegkundige, steekt Mathilde plots haar vingers in haar oren en begint oorverdovend te tieren. Moeder staat voor paal. Wanneer we het gesprek terug aanvatten, geeft de verpleegster Mathilde een kaart met afbeeldingen van een banaan, een kuikentje enzovoort, zodat Mathilde haar excellente taalvaardigheden tentoon kan spreiden. Kind weigert resoluut een woord te uiten. Moeder begint zich ongemakkelijk te voelen. ‘Haha, thuis praat ze de hele dag door hoor mevrouw.’ Verpleegster en ik overleggen verder over mogelijke opvoedingsproblemen rond deze leeftijd, de dame voor mij en de ruimte baadt in sereniteit wanneer Mathilde opnieuw haar vingers in haar oren steekt en doordringend gilt ‘DAT IS EEN BANAAN EN EEN KUIKENTJE!!!!!!’. Stilte in het lokaal.

Zo zie ik je het liefst, kind!


Dit voorval deed me denken aan opvoedingsadvies dat ik mezelf sinds een jaar of twee als mantra heb gesteld: weest nooit onder de indruk.



Wees niet onder de indruk wanneer je kind buiten zichzelf is van razernij en naar wetenschappelijke maatstaven een psychiatrische spoedopname behoeft omdat het zelf de deur niet mocht dichtdoen. Wees niet onder de indruk wanneer je kind liever zichzelf uithongert en in slaap valt met zijn nek achterover in de eetstoel, dan de drie resterende brokjes in zijn bord op te eten. Wees niet onder de indruk wanneer je baby de longen uit zijn lijf schreeuwt totdat het soms naar adem moet happen zonder dat daar een sluitende medische oorzaak voor is (mijn instagram volgers zijn op de hoogte van onze huidige huilbaby-situatie…). Wees niet onder de indruk wanneer je zevenjarige zijn broek afdoet en in het wilde weg in de tuin begint te plassen wanneer er bezoek komt (voorbeeld ontleend aan een ander gezin, dat me dat hopelijk niet kwalijk zal nemen 😊).


Ons Edwardje, hopelijk binnenkort in ongemakjesloze toestand.



Het komt erop aan een flinke dosis bluf te kweken als ouder. Feitelijk vereist het beroep van moeder niets minder dan dat van een succesvolle academicus, advocaat of parlementariër: als het nodig is kunnen bluffen; in niets onder de indruk zijn van je tegenstander.


De achterliggende reden voor dit opvoedingsadvies is een antropologisch gegeven: kinderen zijn niét van nature uit door en door goed. Als je hen zomaar laat begaan, worden ze geen morele wezens met deugdzaam karakter. Er bestaat zoiets als een aangeboren neiging om kwaad te doen, er huist iets slechts in het kind (ook al huist er, zeker, ook veel aangeboren goeds in het kind). Dit maakt precies het hele nobele opvoedingsproject uit: kinderen, door constante liefdevolle bijstand, verheffen tot het niveau van de volwassenen.


Voor onze voorouders was dat een evidentie. Niet alleen in het christendom stond deze basale wijsheid centraal (waar ze de erfzonde genoemd wordt), maar ook in niet-christelijke culturen en periodes, gewoon omdat het een gegeven is van de menselijke natuur. Het is pas in de vorige eeuw dat we die evidentie plots in twijfel zijn gaan trekken.


Volgens de moderne pedagogieën zou het kind van nature uit coöperatief zijn. Geen leiding, slechts begeleiding van het op zich volstrekt goedaardige kind zou aangewezen zijn. Het probleem daarmee is dat het de nodige onzekerheid (en nog meer uitputting!) creëert bij ouders. Het legt het juk van ongepast gedrag op hun schouders. Als je ervan uitgaat dat kinderen van nature coöperatief zijn, kan je kind niet anders dan een speciaal, atypisch, moeilijk, ‘kind met een sterke wil’ zijn als het je instructies weigert op te volgen. Terwijl dat volgens de eeuwenoude opvoedingswijsheid net de vertreksituatie is – kinderen zijn uit zichzelf niet per se geneigd om mee te werken. (Als je zo’n engelachtig kindje hebt dat dat wel doet, en die bestaan – in minderheid weliswaar –, gelukkig voor jou!) Als je ervan uitgaat dat de ongerepte natuursituatie er één is van volstrekte goedheid, kan je kind niet anders dan een monstertje zijn als het lelijk gedrag vertoont. Als je ervan uitgaat dat je kind alleen maar de juiste kindgeleide aanpak nodig heeft om te floreren, moet het falen wel aan jou liggen als ouder.


Kortom: als je je niet bewust bent van het slechte dat schuilt in je kind, moet je er wel onder de indruk van geraken.


Tot binnenkort,

Linde.


Benieuwd naar jullie reacties en ideeën, lieve lezer: laat niet na ze hieronder te posten. Op de hoogte gehouden worden? Zie Instagram en Facebook! 

131 keer bekeken1 reactie