top of page
  • Foto van schrijverLinde

5 Dingen Die Je Niet Moet Doen In Je Huwelijk Volgens Constanza Miriano

Ik weet niet hoeveel Belgen de auteur Constanza Miriano kennen, ik schat ongeveer 1 op de 11.584.008.


Zij schrijft zonder al te veel angst voor feministen – en met veel humor – over herkenbare zaken van huwelijk en opvoeding, in Caesariaanse zinnen van gemiddeld elf regels lang. Hoe weinig of hoe veel bewondering je ook hebt voor haar stijl, ik meen dat er van haar ideeën te leren valt.


Deze vijf tips voor het huwelijk, of liever voor hoe je je niét moet gedragen in het huwelijk, vond ik er zo krak op dat ik ze in blogvorm wilde gieten. Met veel citaten van Constanza dus, uit het boek Trouw en sterf voor haar. Echte mannen voor vrouwen zonder angst, uitgegeven bij Betsaïda in 2015.




1. Vergeet niet dat je man je eerste liefde is


Het ligt in de natuur van de vrouw, denk ik. Van zodra er een baby'tje in onze armen ligt, vergeten we spontaan dat we naast moeder allereerst echtgenote zijn. Alle liefde die aanwezig is in ons hart richt zich op onze kinderen.


Daarom ben ik zo dankbaar voor de boeken, artikels, podcasts, en vermanende woorden van fellow Catholics die me er steeds opnieuw aan herinneren dat onze éérste liefde chronologisch onze man was, en normatief onze man dient te zijn. Onze eerste aandacht moet uitgaan naar het in stand houden en voeden van de liefdesrelatie met onze man. Het is logisch. Onze liefde, tussen man en vrouw, is het fundament voor heel het bouwwerk van liefde dat het gezin heet. De kinderen zijn voortgekomen uit onze liefde, en hebben allereerst onze liefde voor elkaar nodig om te floreren.


Inspelend op een concreet geval, drukt Constanza Miriano het gevaar aldus uit.


“Sinds de geboorte van hun eerste kind, is Luc, de man van mijn vriendin Suzanna, op gebiedende wijze buitengesloten van de heilige twee-eenheid moeder-kind. (…) De kleine Andreas heeft razendsnel alle beschikbare fysieke en chronologische ruimte ingenomen, te beginnen met het ouderlijk bed, waarin hij al sinds de derde dag van zijn leven in slaap valt (en pas de derde dag omdat hij de eerste twee dagen nog in het ziekenhuis verbleef).”


“Suzanna is compleet vergeten om haar man te knuffelen, te verleiden, naar hem te luisteren en van hem te genieten, sinds ze moeder is. De kracht van de intuïtieve band met haar kind heeft haar compleet veranderd en hij voelt zich er machteloos onder.” (Op. cit., 26;30)


Hier zie ik een risico voor ons homeschoolers, want met alle waardevolle buitenschoolse activiteiten die er op de markt zijn, ontaarden we soms in een taxirijdend team dat volledig en exclusief ten dienste staat van de kinderen. We zijn dan collega’s in plaats van geliefden, collega’s die een contractuele en praktische relatie met mekaar onderhouden met als hoofddoel de kinderen dienen. Iedereen die nog nooit het gevoel heeft gehad met zijn of haar echtgenoot te vervallen in communicatie van louter praktische aard, mag mij stante pede telefoneren en uiteenzetten wat het magische medicijn hiertegen is. Maar alert zijn voor zo’n routineverstandhouding is al een grote stap, niet?


Overigens, hoe wij ooit uit dit conundrum zullen geraken (want uiteraard willen wij óók dat onze kinderen tegelijk briljante violisten, tekenaars, ballerina’s, onderwaterhockeykampioenen, kunstschaatsers en wereldtopborduursters worden) – zal ik jullie ooit wel meedelen, als het zover is.


Geliefden blijven in plaats van een team ten dienste van de kinderen, dus:


“Niet alleen is Suzanna Luc vergeten, maar ze heeft ook besloten hem in te zetten als schoonmaker, oppas, verpleger, ober, alsof het kind háár ding is, waarmee hij haar moet ‘helpen’, maar zonder er een persoonlijk en mannelijk stempel op te drukken. (…)

Mijn vriendin is erg moe, dat is waar, maar ze is totaal bezeten van het heilige vuur van haar nieuwe missie als moeder. (…) Voor haar is haar man nooit aan de orde van de dag, hij is nooit het onderwerp van haar avond, ze maakt zich nooit mooi voor hem, ze beslist nooit om met hem naar The Bourne Identity te kijken en net te doen alsof ze het plot ervan begrijpt (maar aan het einde is er een kus, Suzanna, het is er maar één, maar die is de moeite waard), ze nodigt hem niet uit voor een avondje uit, ze flirt niet met hem, ze luistert niet naar hem en ze hecht geen waarde aan wat hij zegt of denkt.” (Ibid., 30-31)


Besluit: je man is je roeping, als je getrouwd bent is hij je weg om van God te houden. Wie dieper in wil gaan op die stelling (met name “de Kerk dienen doe je door je huwelijk te dienen”, hij leze het boek De wijn van Kana door pater Ludger Grün.





2. Belast hem niet met je geklaag


Aha, hier komen we aan een hoogtepunt van het vrouwelijk specialisme: klagen. Nader bepaald, eerst bewonderenswaardig veeleisend zijn over alle aspecten aan ons leven en aan ons huis en niets uit handen willen geven in de wetenschap dat we het zelluf allemaal perfecter doen, en ons vervolgens beklagen dat we moe zijn en voor niks tijd hebben.


Het gaat er in feite om dat we met klagen onze vrijgevigheid teniet doen:


“Vrouwen werken dagelijks een werkelijk indrukwekkend aantal uur, maar vervolgens doen ze soms hun vrijgevigheid teniet door altijd dingen te eisen van hun echtgenoot, op hem te mopperen, of hem verwijten te maken en door te pretenderen dat hij hetzelfde ritme en dezelfde stijl moet overnemen."


“Daarom zou ik tegen Dianne willen zeggen om tenminste af te zien van de gewoonte om Paul bij de deur op te wachten om hem de kinderen in de armen te drukken en te beginnen met klagen, zodra hij thuiskomt. Want op dat moment denkt hij nog steeds aan dat project dat geprint moet worden of, voor de verandering, aan welke fantasierijke vorm van marteling toe te passen zou zijn op zijn werknemers die voor ellende hebben gezorgd (…). Op dat moment, als hij thuiskomt, is het laatste wat hij wil onderdeel worden van een ander probleem, of gedwongen worden om een puzzel van Winnie de Pooh te maken of een omelet te bakken.” (Ibid., 104-105; 107-108)


Sinds het lezen van dit boek ben ik er heilig van overtuigd dat wij vrouwen een grote schare aan vriendinnen nodig hebben, al was het maar om hen tot ontvangers te maken van onze watervallen aan geklaag, dan kunnen we het tegen onze man over geestiger dingen hebben. Het uitstorten van gejammer bij een echtgenoot zal overigens nooit voldoening geven of verzadigen, want wat we eigenlijk willen horen is hoe moeilijk en zwaar we het allemaal wel niet hebben en hoe fantastisch we wel niet zijn; maar wat onze man doet is iets waar we echt geen oor naar hebben, namelijk praktische oplossingen aanreiken.


“Jouw man biedt je praktische oplossingen aan, dat moet je erkennen en hij helpt je heel erg, maar wanneer het genoeg is geweest, zegt hij je dat ook. Hij laat zich niet door jou naar beneden meeslepen, door de poorten van jouw kosmisch pessimisme.” (Ibid., 77)




3. Probeer hem niet te verbeteren


Kimberly Hahn drukt het als volgt uit: “God is more interested in making you holy than using you to make your spouse holy”.


Eerst vond ik dat citaat een beetje ingewikkeld, maar intussen heb ik gesnopen dat inderdaad, het doel van onze familierelaties er niet in ligt dat wij anderen beter maken, maar dat we anderen ons beter laten maken. Met andere woorden, we moeten enkel focussen op hoe we zelf kunnen verbeteren en groeien.

Constanza heeft me met humor overtuigd dat we allemaal die neiging in ons dragen om onze echtgenoot te willen verbeteren…


“Anna is een advocate en op haar kantoor ontrafelt ze menselijke en gerechtelijke problemen met een klinisch oog, een moederlijke ontvangst en een vlijmscherpe tong als dat nodig is. Ze is ook een echt lieve moeder, en een mooie, toegewijde en trouwe vrouw. Kortom, zou Sint-Paulus zeggen, ze weet alles te zijn voor iedereen.


Zodanig alles, en zodanig goed, dat ze onvermijdelijk het wereldwijde comité voorzit voor de verbetering van haar man. Pieter, een eenvoudig schepsel, weet dit en houdt van haar, zeker, maar samenleven met zo’n efficiënte algemeen directeur in huis is best moeilijk. Hoe slaag je erin uit te rusten op de bank als er naast je iemand zit die bezig is de wereld te redden?”


“Ik kan niet goed uitleggen waarom, noch vanaf welk moment in de relatie precies, maar bij mannen halen we het vaak in ons hoofd om de juf uit te hangen. (…) We overtuigen onszelf ervan dat we gewijd zijn door een hemelse macht, dat we het mandaat hebben ontvangen om hem te verbeteren, die man die we naast ons vinden, om er een geperfectioneerde versie van te maken (omdat we bekleed zijn vanuit de hemel, is het niet zo dat wij hem alleen anders willen of dat we een eigen mening volgen, welnee, we volgen de absolute Waarheid). Te midden van het heilige vuur van verbetering, ontglipt ons wellicht soms het feit dat we op de eerste plaats van hem, van die persoon, zouden moeten houden.”


“Wat mijn vriendin betreft, ik ben getuige: ik heb gezien hoe ook zij haar arme man verwijten maakte over de manier waarop hij de ramen sloot, over het geluid dat hij maakte als hij dronk, over zijn bestelling in een restaurant, over de rotzooi, over het kind waarop hij niet had gelet, over de tijd die hij achter de computer doorbracht.” (Ibid., 113-114; 115-116; 117)


Goed gezegd – ik hoop dat mijn man deze blogpost eens goed leest en inziet aan welke eigenschappen van zichzelf hij kan beginnen sleutelen.



4. Commandeer hem niet


Constanza Miriano legt de vinger op de wonde: we moeten in het huwelijk allebei vechten tegen onze eigen slechte neigingen, hij aan zijn egoïsme, zij aan haar wil tot controle.


Op het moment dat we als vrouwen onze man gaan commanderen, gaat er een oorspronkelijke orde en harmonie verloren – en het is zo’n veelvoorkomend fenomeen.


“Dianne (…) beschouwt het als een eer om [haar man Paul] met zoveel mogelijk taken en verplichtingen te overladen. Het lijkt haar een fase in de beschaving, een bezegeling van de al gerealiseerde emancipatie van de vrouw, en ook al neemt zij een hoop op zich, ze doet haar eigen generositeit teniet door hetzelfde van hem te verwachten. (…) Het is echter meer een strijd dan een relatie tussen haar en Paul – het lijkt op Sleeping with the enemy – en zij voert die strijd met de wapens van een verkeerd begrepen gevoel van gelijkheid. Ze heeft zichzelf benoemd tot minister – met portefeuille – voor de gelijke behandeling en het lijkt alsof ze de betrouwbaarheid en de liefde van Paul afmeet aan de kilometers die hij aflegt met de stofzuiger.”


“Om de moeilijkheidsgraad te verhogen, vindt Dianne het fijn om geholpen te worden, maar – een typisch vrouwelijke eigenschap – ze wil dat de dingen op háár manier worden gedaan (in deze specifieke situatie: het wassen van het kleintje met speciale zeep tegen urineweginfecties; het toedienen van lauwe melk in een tuitbeker; verhaaltje voorlezen; existentiële geruststellingen; kusje; de lamp lager draaien; uitzetten: bijna een tienkamp). Mijn man reduceert bijvoorbeeld mijn ritueel van het naar bed brengen dat circa een uur per kind duurt, tot een ‘Jongens, het is tijd, welterusten’ en doet het licht uit. Een ijzige stilte valt meteen over hun kamers en ze lijken de volgende ochtend niet ernstig getraumatiseerd.”


“Je doet de dingen zelf óf je accepteert hoe de ander ze doet, ook omdat het voor kinderen heel erg gezond is om aan te voelen dat er een vaderlijke gedragscode is – die van de regels – en een moederlijke – die van wat je nodig hebt. Met z’n tweeën zijn betekent (…) de ander toestaan zichzelf te zijn en de dingen op zijn eigen manier te doen, zonder hem gevangen te houden, te mopperen, te preken, en al helemaal niet waar de kinderen bij zijn.


Het is van ongeëvenaard belang voor hen dat hun moeder goedvindt wat hun vader doet, ook als ze bang is dat haar kroost getransformeerd wordt in een gefrituurde kippenvleugel – zo vaak neemt hij ze mee naar de Burger King.” (Ibid., 92; 96; 97)




Hoe politiek incorrect het ook moge klinken: ik gooi het er even uit en verstop me daarna in een holletje; de man blijft de leider van het gezin, en zo dient hij ook behandeld te worden. Anders loopt er maatschappelijk vanalles mank…


“Misschien vindt Paul het op een bepaalde manier wel gemakkelijk om gecommandeerd te worden; het ontheft hem van de verantwoordelijkheid beslissingen te nemen, een feit dat hem verbindt met veel van de huidige mannen. De huishoudelijke taken op zich nemen lijkt hen een prijs die ze wel kunnen betalen om hun leidende rol van zich af te kunnen schuiven, die – zoals men weet – vermoeiend en angstaanjagend is. De mannen hebben het uniform van de autoriteit uitgetrokken om dat van verzorging, van beschikbaarheid in huis en dienstbaarheid aan te trekken. Maar zo hebben ze de verhoudingen veranderd binnen het echtpaar en binnen het gezin: je kunt niet tegelijkertijd broederlijke hulp en mannelijke zekerheid leveren; je kunt niet zowel een babysitter als een generaal zijn; (…) je kunt niet tegelijkertijd degene zijn die het huis op orde houdt en degene die de moed geeft om het te verlaten. We kunnen niet alles hebben: een dienstbare man en tegelijk een leidsman met autoriteit, een oppas en tevens een onbehouwen beschermer van het nest. Als hij al zijn werk en energie steekt in de dagelijkse beslommeringen en met zijn hoofd op het kussen valt zodra de kinderen slapen, kan hij niet ook de heldere en zelfverzekerde man zijn die de beslissingen neemt (…).” 93-94


Een countercultural stellingname kan je dit wel noemen! Of ik er 100% mee eens ben weet ik niet, en – God verhoede het! – het debat 'hoeveel moet mijn man doen in huis' wil ik echt niet voeren, maar het is wel stof tot nadenken...


“Het blijkt dat heel veel huwelijken op die rots vastlopen, veel meer dan op die van het vreemdgaan; de taken moeten inmiddels totaal worden gedeeld, zoals de heersende ideologie het wil. Niet alleen wat de opvoeding betreft, maar ook het bedienen van de wasmachine. Er was een tijd dat ieder zijn eigen rol had en de mogelijkheden voor dagelijkse frictie zich wellicht niet zo vaak en zo afmattend voordeden. Huwelijken eindigden, zeker, maar ik geloof niet dat men discussieerde over het voorprogramma van de wasmachine in de tijden dat vaders niet eens wisten wat de locatie van de wasmachine en die van de wieg was (…).” (Ibid., 98)


De echtgenoot en mezelf: gelukkig dat hij de leider is, en ik gewoon een beetje rare dingen mag uitkramen op een blog.



5. Probeer hem niet te ‘interpreteren’


Ik geef het toe. Ik beken officieel schuld: ik ben er ooit in geslaagd om een tekstbericht van de echtgenoot met daarin “je ziet er goed uit vandaag” te interpreteren als “en alle andere dagen niet of wat??”.


Maar, nu weet ik dus beter.


“Ik moet wat dat betreft een oprechte en urgente oproep doen aan mijn collega Valentina en aan bijna al mijn vriendinnen: meiden, de man moet niet geïnterpreteerd worden. Hij zegt wat hij wilde zeggen, precies zo, geen lettergreep meer of minder. Als jullie proberen om hem te interpreteren, beledigen jullie hem, irriteren jullie hem mateloos en maken jullie hem nerveus. ‘Ik ben je aan het leren kennen en vind je leuk’ betekent dat hij je leuk vindt en betekent op geen enkele manier: ‘Voordat ik je zeg dat ik je leuk vind, wil ik je beter leren kennen’ en wil dus niet zeggen: ‘Ik ben aan het overwegen of ik je zal verlaten of nee, ik ga het nog even aanzien’, noch betekent het allesbehalve: ‘Ik ben je aan het afzetten tegen mijn ex, maar ik ben nog wat vergelijkingspunten aan het verzamelen’ (de pessimistische escalatie is de enige olympische specialiteit waarop wij vrouwen het winnen van de mannen).” (Ibid., 82)


En als allerlaatste geef ik de volgende langzaam opgebouwde levenservaring mee: van zijn kant heeft de man geen enkele zin en behoefte om ons te interpreteren. Als wij iets willen hebben of willen zeggen, moeten we dat derhalve rechtstreeks en zo concreet mogelijk zeggen (genre “Ik wil een keukenmachine voor mijn verjaardag, mijn verjaardag is op 3 oktober”, “Ik wil dat je mij morgen verrast, door een babysit te regelen, een restaurant op te bellen en een bloemetje voor me bij te hebben ter waarde van ongeveer 25 euro”), en niet met een of ander geheimzinnig signaal onze man onze wensen laten “raden”. Dat is voer voor een karakteristieke avondlijke huwelijksruzie.


Ziezo, dit waren mijn tips voor een fantastisch huwelijk. Mijn echtgenoot heeft me gedurende dit schrijfproces door dik en dun gesteund, dus hem komt alle eer toe (“Je schrijft een blogpost over een gelukkig huwelijk? Op basis van een literatuuronderzoek dan?”).


Tot binnenkort,

Linde


Heeft deze post je geholpen of aangesproken? Klik dan op het hartje. Heb je vragen, bekommernissen, heb ik iets op een ongelukkige manier uitgedrukt: contacteer me via alle mogelijke kanalen. Doorsturen en delen van de blog wordt zeer gewaardeerd. Volg ons gezinsleven op instagram en de Ons Thuis-pagina op facebook.



472 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
Post: Blog2 Post
bottom of page